Een mooi zwembad, maar wie betaalt de rekening?

Het stadsbestuur gaat verder in haar turbo versnelling in dit dossier. Men stelt het zelfs al voor aan de bevolking, nog voor het hier op de gemeenteraad is goedgekeurd. Met de PVDA blijven wij erg bezorgd over deze plannen. We zijn er zeker van dat het een mooi zwembad zal worden, maar de vraag is: “Wie gaat de rekening van 88 miljoen euro betalen? De buurtbewoners (overlast), de gebruikers (hogere tarieven) en de belastingbetaler.

Het stadsbestuur gaat verder in haar turbo versnelling in dit dossier. Hoewel nog steeds niet alle gronden die voorzien zijn in het project in eigendom zijn van de stad, wordt er nu al een plan voorgesteld. Men stelt het zelfs al voor aan de bevolking, nog voor het hier op de gemeenteraad is goedgekeurd. Maar de gemeenteraad is voor dit stadsbestuur blijkbaar een noodzakelijke maar onbelangrijke hobbel in het parcours.


Met de PVDA blijven wij erg bezorgd over deze plannen. We zijn er zeker van dat het een mooi zwembad zal worden, maar de vraag is: “Wie gaat de rekening betalen? Het antwoord is volgens ons drieledig.

  1. De buurtbewoners en de leefbaarheid van de buurt: er is nog steeds geen duidelijkheid over hoe de komst van het zwembad kan samengaan met de leefbaarheid op vlak van verkeer voor de buurt.
  2. De gebruikers, want de tarieven zullen “marktconform” zijn zoals men dat noemt, dus vergelijkbaar met de tarieven in Beveren en Temse, waar kinderen het dubbele betalen van het Sinbad en volwassenen minstens 20 tot 50% meer.
  3. De stadskas en dus de belastingbetaler. Binnen de DBFMO formules kan je volgens meester Rasschaert alles vragen, maar je gaat er wel extra voor moeten betalen. De factuur van 2 miljoen per jaar gedurende 30 jaar, zal duidelijk meer bedragen dan 60 miljoen.


1. De mobiliteit

De Watermolenwijk is helemaal niet voorzien op veel doorgaand verkeer. Naar schatting zullen er 4 à 500.000 bezoekers per jaar naar het zwembad komen. Puyenbeke is de ideale plaats om een nieuw sport & recreatiepark neer te poten! Wij zijn daar een groot voorstander van. Maar in deze buurt een groot zwembad bouwen lijkt ons totaal niet haalbaar op vlak van mobiliteit.

De mobiliteitsstudie is nu klaar. Het verbaast ons trouwens dat we hierover geen apart debat voeren in de gemeenteraad of in de commissie mobiliteit. Want het is toch niet minnetjes wat daarin staat. Hier kan je toch niet zomaar probleemloos aan voorbij gaan. Het studiebureau, in opdracht van het stadsbestuur is verplicht gezien de cijfers om niet minder dan drie pagina’s van het rapport te wijden aan “milderende maatregelen”. Het onderzoek is zeer duidelijk (p.111): “Met de wagen is de projectsite minder evident bereikbaar omdat de site gelegen is in het midden van de as Watermolendreef – Watermolenstraat. Langs beide zijden verloopt de bereikbaarheid met gemotoriseerd verkeer door een woonstraat. De Plezantstraat is als secundaire weg type II(I) de voorkeurroute om (boven)lokale ontwikkelingen te ontsluiten. De Hoge Bokstraat als lokale weg type III is dit in feite niet hoewel de straat vandaag wel gebruikt wordt om (boven)lokale verkeersstromen op te vangen in afwachting van de aanleg van een omleidingsweg op lange termijn.” Over het ballonnetje van de omleidingsweg die er nooit gaat komen, zullen we het nu niet hebben. Maar zelfs het onderzoeksbureau, in opdracht van het stadsbestuur, komt dan tot de conclusie dat de snelheid in de straat best wordt verlaagd tot 30 km/uur “omwille van het medegebruik door fietsers en het beperken van de overlast naar de omwonenden.” Maar verlaagde snelheid is goed voor de verkeersveiligheid, maar dat verandert niks aan de drukte in de straat.

Kortom in feite erkent het rapport dat de inplanting van dit zwembad een serieuze overlast zal betekenen voor de buurt.

p. 125 “De wegencategorisering, de draagkracht van de Hoge Bokstraat en de capaciteit van het kruispunt Hoge Bokstraaat- Watermolendreef, laten niet toe dat de ontwikkeling van Puyenbeke volledig op dit kruispunt wordt afgewikkeld. Anderzijds is het ook niet wenselijk om de site volledig naar de Plezantstraat te ontsluiten.” Hoe dan wel?

Mensen die vanuit het centrum of vanuit Nieuwkerken komen, die gaan wellicht via deze laan naar het zwembad komen, met alle gevolgen voor de belasting van de Rodenbachlaan en/of de F. Timmermanslaan. Hoe gaat men deze typische woonstraten beschermen? Het rapport zegt nochtans heel duidelijk het volgende: “Het alternatief (tov. de Hoge Bokstraat) , de as Scheerderslaan – Gezellestraat – Plezantstraat – Vlyminckshoek heeft ook zijn draagkracht bereikt en trekt alle verkeer tot in het hart van het stedelijk weefsel.” (p.28)

Men stelt dan voor om het externe verkeer dat geen bestemming heeft in de Watermolendreef/straat te weren en zoveel mogelijk het bijkomend autoverkeer te beperken in de wijk. Maar hoeveel is dat nu? Hoeveel schat men dan dat dit zal opleveren? Daarover vind ik geen cijfers in het rapport. Trouwens wie gaat die straat nog nemen bij zo’n drukte als hij daar niet moet zijn? Dit is een lapmiddel, totaal naast de kwestie.

En verder: “Sowieso is het wenselijk om op korte termijn reeds ingrepen te doen om de hoge verkeersintensiteiten in de Hoge Bokstraat terug te dringen.” Wat plant het stadsbestuur hiervoor op korte termijn? Gaat men dan de intensiteit verleggen naar de Plezantstraat die ook al zo druk is? Nog meer verkeer in de Plezantstraat? Moeten de bewoners van deze straat zich ook verenigen zoals de bewoners van de Hoge Bokstraat hebben gedaan om het verkeer daar te milderen?

Wat gaat het stadsbestuur doen met al die “milderende maatregelen”? U zegt dat dit deel gaat uitmaken van het participatietraject. Maar de bewoners kunnen alleen maar kiezen tussen de pest en de colera want één ding staat vast: het zwembad moet daar komen.

Ook de parkeerdruk is vandaag al zeer groot, in sommige delen ‘s avonds 110% bezetting. Als we lezen dat de grootste parkeerdruk voor het zwembad kan verwacht worden op weekdagen tussen 18 en 21u, dan gaat dit probleem niet verkleinen maar vergroten. Hoe gaat men trouwens bij overbelasting van de parking de bezoekers beletten om hun heil te zoeken in de reeds overbelaste buurt? Voor ons en voor heel wat buurtbewoners is het duidelijk: dit project gaat de leefbaarheid van de wijk zwaar hypothekeren.

À propos, is de lokale verkeerspolitie bij deze definitieve Mober studie betrokken en heeft ze haar akkoord hierover gegeven?

Om dan ook nog even in te gaan op het zogezegde participatietraject. Er zijn gelukkig nog mensen die willen reageren. Maar ik hoor van verschillende mensen dat ze afhaken, “want het is toch allemaal al beslist”. Ik hoor ook jammer genoeg al geluiden van jonge mensen die nu al op zoek gaan naar een andere woning omdat ze niet willen dat hun kinderen in zo’n verkeersdrukke buurt moeten opgroeien. Dit is toch erg dat dit het resultaat moet zijn van het zogenaamde participatietraject. Ik heb hiervoor al gewaarschuwd vorig jaar: participatie zonder alternatieven slaat nergens op. Ik had liever een actief en uitgebreid comité gezien dat zich stevig zou roeren, maar in coronatijden is dat duidelijk erg moeilijk.

Toch nog even over de panelen die zijn opgesteld. Op paneel 5 (Paddenschootdreef) geeft men een gewijzigde verkeerssituatie aan in een 5 tal straten. Men laat blijken dat die beslissing al zou ingaan in 2021 ! De aangeven situatie zou het gevolg zijn van een bevraging van mei 2020. Er waren 75 deelnemers (0,05% van de wijk) waarvan er 60 akkoord gingen met het voorstel ! Hun antwoorden worden nu wel aan de buurt als een consensus over de mobiliteit van Puyenbeke aangeboden! Dit is toch niet ernstig.

2. De tarieven

In de gunningsleidraad lezen we dat de tarieven marktconform moeten zijn. Dus vergelijkbare tarieven met de zwembaden in de omgeving. Beveren en Temse zijn al in handen van de privé, zijnde Lago en de Vita-groep van Cordeel. De tarieven zullen dus in de lijn komen te liggen van deze zwembaden. Kinderen en jongeren betalen nu in het Sinbad 1,5€, in Beveren 2,7€ en in Temse 3€, dus het dubbele. Volwassenen betalen in Beveren en Temse ongeveer 20% meer, maar belangrijker zijn de verschillen met de abonnementen. In Temse betaalt men zowat 50% meer voor een abonnement. In Beveren werken ze met meerbeurtenkaarten zodat je moeilijker kan vergelijken, maar ook daar liggen de tarieven 40 à 45% duurder.

En wat met de clubs en de scholen? Ook die tarieven zijn behoorlijk hoger dan in het Sinbad. En de clubs en de scholen gaan niet zwemmen voor de glijbanen of de welness, dat is puur voor het zwemmen. Een hoger tarief gaat onmiskenbaar zijn invloed hebben op de lidgelden voor de clubs.

Sportclubs kijken terecht reikhalzend uit naar het nieuwe zwembad omdat zij nu over te weinig zwemuren kunnen beschikken. Maar ook zij moeten beseffen dat met deze constructie de tarieven hoger zullen liggen dan vandaag.

En de scholen? Ook daar zal de prijs hoger liggen. Maar volgens meester Rasschaert is het vooral de kost van het busvervoer die een rol gaat spelen. Daar kan ik inkomen. Het nieuwe zwembad gaat trouwens voor heel wat scholen verder af liggen dan het Sinbad nu, waardoor heel wat scholen die nu te voet kunnen gaan zwemmen een bus moeten inleggen. Gaat het stadsbestuur die kost voor zijn rekening nemen om toch het schoolzwemmen te behouden?

En dan de sociale tarieven. “Ja, dat is mogelijk, maar dan moet het stadsbestuur extra subsidiëren”, zegt meester Rasschaert, die beklemtoont dat alles mogelijk is in zo’n DBFMO constructie. Maar dat er altijd een prijskaartje aan vast hangt. Hoeveel gaat het stadsbestuur dan extra moeten bijbetalen om de tarieven sociaal aanvaardbaar te houden?

Zo’n private uitbating heeft in alle andere steden waar dit is ingevoerd geleid tot prijsstijgingen, verkorte openingsuren en slechtere arbeidsvoorwaarden voor het personeel. Dit dreigt ook in Sint-Niklaas het geval te worden. Want het personeel van het private zwembad komt terecht in verschillende paritaire comité waar de loon en arbeidsvoorwaarden heel wat slechter zijn dan die in openbare dienst.

3. De kostprijs voor de stad en de belastingbetaler

Met de PVDA hebben wij van in het begin gepleit voor een publiek zwembad en niet voor een privaat zwembad. Een publiek zwembad in samenwerking met de provincie aan de Ster, met het behoud van het SINBAD.

We moeten nu stemmen over de gunningsleidraad op basis waarvan een privépartner wordt gezocht om het zwembad te bouwen en te exploiteren. Het contract loopt over 30 jaar en de stad zou jaarlijks niet meer dan 2 miljoen betalen of in totaal 60 miljoen. In werkelijkheid gaat de factuur heel wat hoger oplopen.

In de gunningsleidraad lezen we dat bovenop de normale indexstijging er jaarlijks ook nog 1% extra moet betaald worden. “Om de privépartner de ruimte te bieden om reserves aan te leggen voor mogelijke investeringen.” Zegt meester Rasschaert ons.

Voor 2021 en 2022 rekent het federaal planbureau een gemiddelde stijging van de index van 1,5%. Laten we ervan uitgaan dat dit de jaren daarna in dezelfde lijn zal liggen. Dan betaalt de stad vanaf 2025 jaarlijks 2,5% extra voor het zwembad. Na 10 jaar, in 2035, is dat dan 2,5 miljoen, na 20 jaar, in 2045, is de kostprijs al gestegen naar 3,3 miljoen om na 30 jaar op te lopen naar 4 miljoen per jaar. In totaal gaan we als stad geen 60 miljoen betalen voor het zwembad, maar 88 miljoen. De extraatjes niet mee ingerekend. 88 miljoen voor een zwembad. Die DBFMO formule is dus niet goedkoper maar duurder voor de stad.

De stad moet zich daarenboven borg stellen voor de investering. Ook dat gaat zijn invloed hebben op de stadsfinanciën. Wat de concrete gevolgen zullen zijn voor de stadsfinanciën moet nog besproken worden met de financieel directeur, krijgen we dan als antwoord.

De kunst van het minimaliseren van de kostprijs en het wegmoffelen van de nadelen van deze DBFMO formule wordt hier wel heel vlotjes toegepast.
Het stadsbestuur gaat een contract afsluiten met de exploitant, zijnde een afzonderlijke nog op te richten dochtervennootschap van één van de vier kandidaten zwembadbouwers. “Het valt op dat die bedrijven vaak slechts over een heel klein eigen vermogen beschikken.” schrijft de nieuwswebsite Apache. “Bovendien leert een analyse van de jaarrekeningen dat verschillende van de zwembadvennootschappen ondergekapitaliseerd zijn. En dat terwijl de moedervennootschappen wel financieel gezond en winstgevend zijn.”

Maar wanneer het fout dreigt te lopen, dan staan gemeentes wel met hun rug tegen de muur. In 2007 kon de stad Leuven een faillissement van haar PPS-zwembad Sportoase Philipssite afwenden door de exploitatievergoeding met 180.000 euro per jaar extra te spijzen. Iets vergelijkbaar gebeurde in Pelt met het lokale Lago-zwembad dat jaarlijks structurele verliezen boekte.

Het stadsbestuur wordt erg kwetsbaar met zulke constructies. Er wordt dan wel gezegd dat alles moet gebeuren in onderling overleg, maar de onderhandelingspositie van de privé partner is wel heel wat sterker dan die van het stadsbestuur. Dat blijkt ook uit andere voorbeelden. In Brugge bijvoorbeeld heeft men al vijf bijkomende contractafspraken gemaakt, telkens om de privépartner tegemoet te komen. In Oudenaard betaalde de stad ook de infrastructurele aanpassingen om schoolzwemmen mogelijk te maken. “Er wordt wel overlegd, maar als Sportoase een prijsstijging wil doorduwen kan het bestuur dat niet tegenhouden”, zegt het stadsbestuur daar.
De stad wordt mee in het zwembad getrokken en zal voor alle extra kosten opdraaien. Dat is de realiteit.

De PVDA blijft gekant tegen deze DBFMO-formule. Het stadsbestuur geeft de indruk dat alle steden nu kiezen voor zo’n formule. Maar op dit ogenblik is nog maar 15% van alle gemeentelijke zwembaden een pps-constructie. Er zijn dus wel degelijk alternatieven.

Het zal ongetwijfeld een mooi zwembad worden, maar de rekening zal hoog zijn, zowel voor de buurt, de gebruiker als voor de stad, dus voor de belastingbetaler. En dat het SINBAD door deze constructie definitief ten grave wordt gedragen, is voor ons en voor vele stadsgenoten totaal onbegrijpelijk.